Skip to Content

INTERVIEUW VAN JOHN LOTT IN 1998 NOG EVEN ACTUEEL IN 2012

Een interview met John R. Lott , Jr
de auteur van More Guns, Less Crime: Understanding Crime an Gun Control Laws

Vraag: “Wat betekent de titel: More Guns, Less Crime?"

John R. Lott, Jr.:"Amerikaanse staten met de grootste stijgingen in wapenbezit vertonen tegelijk ook de grootste daling van geweldsmisdrijven. Eenendertig staten hebben nu wetten die we "shall-issue laws”noemen.*1
Deze wetten bieden volwassenen het recht om een verborgen handvuurwapen te dragen, op voorwaarde dat ze geen strafblad hebben of een voorgeschiedenis van een significante psychische aandoening."

Vraag: “Het lijkt wel op het tarten van het gezond verstand om vast te stellen dat misdrijven waarin wapens worden aangewend, afnemen, zij het dan nog wel door meer mensen toe te laten om wapens te dragen. Hoe verklaar je de resultaten?"

Lott: “Criminelen worden afgeschrikt door een hogere afstraffing. Net zoals hogere arrestatie- en veroordeling ‘tarieven’ de misdaad blijkt af te schrikken, schrikt het de potentiële misdadiger ook af van te worden geconfronteerd met een slachtoffer dat mogelijk in staat is van zichzelf te verdedigen. Er is een sterke negatieve relatie tussen enerzijds het aantal gezagsgetrouwe burgers in het bezit van vergunningen en anderzijds de criminaliteitscijfers: als meer mensen vergunningen verkrijgen is er inderdaad een grotere daling van de gewelddadige criminaliteit. Voor elk extra jaar dat de wet op verborgen wapendracht van kracht is, neemt het aantal moorden met 3 procent af, verkrachting met 2 procent en overvallen met meer dan 2 procent.
De wetten op verborgen wapendracht verminderen gewelddadige misdaad om twee redenen: Vooreerst verminderen ze het aantal pogingen tot geweld omdat criminelen niet precies weten welke potentiële slachtoffers zich kunnen/zullen verdedigen. Vervolgens, zijn slachtoffers die een handwapen dragen in een veel betere positie om zich te verdedigen en zal de misdaad kunnen worden afgewend.”
Vraag: “Wat is de basis voor deze aantallen?"
Lott: “De analyse baseert zich op de gegevens van alle 3054 “counties” in de Verenigde Staten, dit over 18 jaren met name van 1977 tot1994."
Vraag: “Uw betoog over criminelen en afschrikking vertelt niet het hele verhaal. Uit statistieken blijkt ook dat de meeste mensen worden gedood door iemand die ze kennen?"
Lott: “U verwijst naar de vaak geciteerde statistiek dat 58 procent van de moord slachtoffers worden gedood door familieleden of kennissen. Echter, wat de meeste mensen niet begrijpen is dat in deze aantallen "kennissen moorden" ook bendeleden en het doden van andere bendeleden zijn vervat, drug kopers en het doden van drugdealers, taxichauffeurs vermoord door klanten die zij voor de eerste keer oppikten, prostituees en hun klanten en ga zo maar door. "Kennissen" omvat dus een zeer breed scala van relaties. De overgrote meerderheid van de moorden werden niet gepleegd door voorheen gezagsgetrouwe burgers. Negentig procent van de volwassen moordenaars hadden namelijk reeds een strafblad."
Vraag: “Maar hoe zit het met jongeren? In maart van dit jaar [1998] werden in Jonesboro, Arkansas, vier kinderen en een leraar gedood door twee schooljongens. Zullen dergelijke tragedies niet toenemen als meer mensen mogen wapens dragen? Zou dit niet in overweging moeten worden genomen voordat we de wetten op wapenbezit versoepelen?"
Lott: “De afschuwelijke feiten in Arkansas vonden plaats op een van de weinige plekken waar die wapens al illegaal waren. Dergelijke wetten bevatten het risico situaties te creëren waarin de ‘goeden’ zich niet kunnen verdedigen tegen de ‘slechten’. Ik heb verschillende openbare schietpartijen in de Verenigde Staten met meerdere slachtoffers in de periode 1977-1995, bestudeerd. Het betrof hier incidenten waarbij ten minste twee of meer mensen werden gedood en of gewond op een openbare plaats - en om ze terug te brengen tot de aard van de gebeurtenissen in Arkansas- het waren geen schietpartijen die het ‘bijverschijnsel’ waren van een ander misdrijf, zoals diefstal of overval. Welnu, het effect van "Shall-issue"-wetten op deze misdaden is dramatisch. Vanaf dat staten deze wetten hebben aangenomen is het aantal multiple-slachtoffer schietpartijen gedaald met 84 procent. Het aantal sterfgevallen als gevolg van dergelijke schietpartijen kelderde gemiddeld met 90 procent, en verwondingen met 82 procent." Voor andere soorten misdrijven, vind ik dat zowel kinderen als volwassenen het best beschermd zijn als gezagsgetrouwe volwassenen mogen verborgen handvuurwapens dragen."
Uiteindelijk, na het uitvoerig bestuderen van het aantal toevallige schietpartijen, is er geen bewijs te vinden dat tengevolge van een verhoging van het aantal verborgen gedragen wapens, het aantal ‘per ongeluk’ gestarte schietpartijen toeneemt. We weten dat de aard van de persoon die een vergunning verkrijgt over het algemeen zeer gezagsgetrouw is en mogelijk ook uiterst voorzichtig is in de omgang met wapens. Het totaal aantal sterfgevallen door accidentele vuurwapenincidenten is per jaar ongeveer 1300 en elk jaar verliezen door dergelijke ongelukken 200 kinderen van 14 jaar of jonger het leven. Echter, deze betreurenswaardige aantallen verloren levens moet worden gezien in het bredere perspectief aan risico’s die kinderen altijd lopen: Ondanks de meer dan 200 miljoen vuurwapens in handen van tussen de 76 tot 85 miljoen mensen, is het aantal door wapengeweld gestorven kinderen veel kleiner dan het aantal dat verloren ging omwille van fietsongevallen, verdrinking, en huisbranden. Kinderen hebben 14,5 keer meer kans om te overlijden in een auto-ongeluk dan door een ongeval met een wapen."
Vraag: “Zou een toename van de verborgen wapendracht ook het risico niet verhogen dat burgers elkaar gaan aanvallen in gespannen situaties? Bijvoorbeeld, soms in files of ongevallen, gedragen mensen zich zeer vijandig. Ze schreeuwen en trekken aan elkaar en indien ze dan gewapend zouden zijn, komt het dan in de hitte van het moment wellicht niet al snel tot schieten?"
Lott: “Tijdens de wetgevende hoorzittingen over verborgen wapendracht in de verschillende staten, was één van de meest voorkomende bezwaren misschien wel de vrees dat gewapende burgers elkaar zouden aanvallen in de hitte van het moment na auto-ongelukken e.d. Het bewijs dat zulke angsten ongegrond zijn is duidelijk: Ondanks dat nu reeds miljoenen mensen zulke draaglicentie hebben gekregen en dat een groot aantal staten deze wetten reeds tientallen jaren navolgen, is er slechts één geval bekend waarin een persoon met een vergunning een wapen gebruikt heeft tengevolge van een verkeersongeval. En zelfs in dit ene geval bleek het uiteindelijk op een kwestie van zelfverdediging uit te draaien."
Vraag: “Geweld is vaak gericht tegen vrouwen. Zullen meer wapens niet meer vrouwen in gevaar brengen?"
Lott: “De moordcijfers dalen wanneer zowel meer vrouwen als meer mannen een verborgen wapen dragen. Maar een wapen is een veel grotere verandering in het vermogen van een vrouw om zich te verdedigen dan nu het het geval is voor een man. Eén bijkomende vrouw met een verborgen pistool vermindert het aantal moorden op vrouwen met ongeveer 3 tot 4 keer meer dan elke bijkomende mannelijke wapendrager het aantal moorden vermindert voor mannen."
Vraag: “Bent u niet aan het inspelen op de angsten en vooroordelen van mensen? Gebruiken politici deze wetten op wapendracht niet om de angsten van de blanke voorstedelijke middenklasse te sussen? Bezorgd als die is over de doorbraak van minoritaire stedelijke misdaad.
Lott: “Ik ga niet speculeren over motieven, maar de resultaten vertellen een ander verhaal: Stedelijke gebieden en wijken met grote minderheidsgroepen en hoge criminaliteit kennen de grootste vermindering van de gewelddadige criminaliteit als het burgers wettelijk toegestaan is om verborgen handvuurwapens dragen."
Vraag: “Hoe zit het met andere landen? Er wordt vaak beweerd dat Groot-Brittannië, bijvoorbeeld, een lager aantal geweldsmisdrijven kent dan de VS, want wapens zijn er veel moeilijker te verkrijgen en te bezitten."
Lott: “De gegevens geanalyseerd in dit boek zijn die van de USA. Veel landen, zoals Zwitserland, Nieuw-Zeeland, Finland en Israël kennen toch wel een hoog privaat wapenbezit én hebben lage misdaadcijfers, terwijl andere landen laag wapenbezit kennen en ofwel lage ofwel hoge misdaadcijfers vertonen. Het is moeilijk om zowel in de tijd als tussen landen vergelijkbare gegevens over de criminaliteitscijfers te verkrijgen. Komen daarbovenop nog de verschillen tussen de rechtssystemen en culturen in verschillende landen. Zelfs de internationale poll gegevens over wapenbezit zijn moeilijk te beoordelen, omdat wapenbezit uiteraard onder-gerapporteerd zal zijn in landen waar wapenbezit verboden is en ook niet dezelfde soort polls zijn aangewend in verschillende landen."
Vraag: “Uw standpunten zijn controversieel en er zullen zeker tegenargumenten komen van hen die het niet met je eens zijn. Hoe zal u reageren?"
Lott: “Sommige mensen misbruiken vuurwapens op gruwelijke wijze, maar andere mensen gebruiken ze dan weer om afschuwelijke dingen te voorkomen. De ultieme vraag die ons allemaal aanbelangt is: Zullen gezagsgetrouwe, wapen-dragende burgers levens redden? Terwijl veel anekdotische verhalen zowel het goede als het slechte gebruik van wapens illustreren, kan deze vraag alleen beantwoord worden door te kijken naar exacte data om te ontdekken wat nu het netto-effect is. Gans het hoofdstuk zeven van het boek is gewijd aan het beantwoorden van bezwaren die mensen hebben overgehouden aan mijn analyse. Er zijn natuurlijk aan beide kanten van het panel felle gevoelens over de kwestie van wapenbezit en de wettelijke controle op vuurwapens. Het beste wat we kunnen doen is het proberen ontdekken en begrijpen van de feiten. Als u akkoord gaat met-, of vooral ook als u het niet eens bent met mijn conclusie, hoop ik toch dat u het boek tenminste zorgvuldig zult lezen om zo een gefundeerde mening te ontwikkelen."
*1 noot van de vertaler
De “Shall-Issue” bevoegdheid, waarvan sprake in hoger genoemd verband, gaat over het recht van verborgen wapendracht dat men verwerft door het verkrijgen van een vergunning. De toekenning van deze vergunningen is exact onderworpen aan bepaalde criteria die in de federale wet zijn vastgelegd. De verlenende autoriteit heeft geen beoordelingsvrijheid bij het toekennen van de vergunningen. Als aan de criteria is voldaan - zie wat John Lott hierover zegt- moet (Shall) de uitreikende autoriteit de vergunning toestaan.

Copyright notice: ©1998 by the University of Chicago. All rights reserved. This text may be used and shared in accordance with the fair-use provisions of U.S. copyright law, and it may be archived and redistributed in electronic form, provided that this entire notice, including copyright information, is carried and provided that the University of Chicago Press is notified and no fee is charged for access. Archiving, redistribution, or republication of this text on other terms, in any medium, requires the consent of both the author and the University of Chicago Press.<
Vert.VSJ



article | by Dr. Radut